Psyche

Psyche (ψυχή oorspronkelijke betekenis 'adem'), het griekse woord voor 'ziel, levensbeginsel'.

(1) In de griekse volksopvatting gold de p. als het element dat in het lichaam van de individuele mens het leven en de daardoor bepaalde levensuitingen bewerkt, bij het sterven het lichaam verlaat en daarna als een schimmig wezen in de onderwereld voortbestaat, onder omstandigheden waarover uiteenlopende voorstellingen bestonden (Grieken V, I.Eschatologie).

Sinds Plato en Aristoteles hebben vrijwel alle griekse wijsgeren de p. tot voorwerp van systematische beschouwingen gemaakt; voor hun denkbeelden, waardoor de populaire opvattingen slechts in beperkte mate beïnvloed werden, zij verwezen naar de trefwoorden betreffende de voornaamste griekse wijsgeren en wijsgerige stelsels.

De oudste afbeeldingen van de p. vinden we in de archaïsche kunst, onder meer op zwartfigurige ceramiek (6e eeuw vC), waar zij verschijnt als een kleine, dikwijls van vleugels voorziene, figuur met enkele trekken en attributen van de levende. Later werd de p. niet zelden ook uitgebeeld als een vogel of vlinder.

Lit. O. Waser (Roscher 3, 3201-3256). - E. Rohde, P., Seelenkult und Unsterblichkeitsglaube der Griechen 1-2 (Tübingen ¹1894, ²1898 = Darmstadt 1974, 101925). E. Bickel, Homerischer Seelenglaube (Berlin 1925). M. Nilsson, Geschichte der Griechischen Religion 1³ (München 1967) 40-43, 192-199.

amor en psyche(2) De personificatie P., die in de beeldende kunsten sinds de 4e eeuw vC voorkomt in de gestalte van een knap jong meisje, al dan niet met vlindervleugels, en in dezelfde tijd in de literatuur doorgedrongen moet zijn (vgl. de tweespan-mythe in Plato's Phaedrus, 252C-257B), kreeg vooral bekendheid als geliefde van de god Eros (bij de Romeinen Amor of Cupido); hun liefde gold veelal als symbool van het verlangen der gevallen ziel naar hereniging met de godheid.

Beroemd is Apuleius' weergave van het door hem aan een hellenistische bron ontleende sprookje over Amor en P. (Metamorfosen 4,28-6, 24). Daarin is P. een koningsdochter, die zo knap was dat ze de afgunst van Venus opwekte. Deze gaf daarom aan haar zoon Cupido (= Amor = Eros) de opdracht om P. verliefd te maken op een aartslelijke man. Cupido verwondde echter zichzelf aan de pijl die hij afschoot, werd aldus zelf verliefd op P. en bezocht haar voortaan elke nacht; maar hij belette haar hem te aanschouwen, zodat zij niet wist wie haar minnaar was. Tenslotte werd P., mede door toedoen van haar jaloerse zusters, zo nieuwsgierig dat ze op een nacht een lamp ontstak om haar geliefde te bekijken, terwijl deze sliep. In haar verbijstering over Cupido's schoonheid hield ze echter de lamp scheef, zodat hij door een druppel hete olie, die op zijn schouder viel, gewekt werd. Verontwaardigd vluchtte de god weg. P. wendde zich tot Venus, in wier opdracht zij vele zware beproevingen moest doorstaan, voordat ze Cupido terugvond en voor eeuwig met hem verenigd werd.

Dit sprookje is sinds de renaissance herhaaldelijk in de moderne talen bewerkt (o.a. door La Fontaine, Keats, Storm, Couperus), zoals de befaamde hellenistische beeldengroep 'Eros en P.' (ook 'De uitvinding van de kus' genoemd; thans in het Museo Capitolino te Rome) vanaf de 16e eeuw tientallen beeldende kunstenaars geïnspireerd heeft (o.a. Rafael, Rubens, Canova, Thorwaldsen).

Lit. R. Helm (PRE 23, 1434-1438). M. Napoli (EAA 1, 322v). - A. Hoffmann, Das P.märchen in der englischen Literatur (Strassburg 1908). A. Dyroff, Das Märchen von Amor und P. (Köln 1941). H. le Maïtre, Essai sur le mythe de P. dans la littérature française des origines à 1870 (Paris 1941). J. Swahn, The Tale of Cupid and P. (Lund 1955). G. Binder/ R. Merkelbach edd., Amor und P. (Wege der Forschung 126, Darmstadt 1968). [Nuchelmans]


mythen