Penaten (latijn: de Penates, traditioneel in verband
gebracht met penus (mondvoorraad), ook met penitus,
penetrare, het voorzetsel penes en zelfs met
potestas), bij de Romeinen oorspronkelijk de beschermgoden
van de voorraden en de voorraadkamers
van elke woning. Als huis- en haardgoden in
het algemeen werden zij o.a. in het
atrium vereerd
samen met de Laren, de
genius van de pater familias
en Vesta. Regelmatig werd aan de Penaten een
deel van de dagelijkse familiemaaltijd geofferd,
waarbij etenswaar in de haardvlam werd geworpen.
Bijzondere offers vonden plaats ter gelegenheid van
familiefeesten en op bepaalde dagen van het jaar.
Ook de romeinse staat als zodanig had zijn Penaten. Zij
waren volgens de legende door
Aeneas uit Troje
meegebracht naar Lavinium,
waar de romeinse
ambtenaren hun in de plaatselijke tempel een offer
brachten bij hun ambtsaanvaarding resp. -neerlegging
of bij hun vertrek naar de provincie. De staatscultus
van de di Penates publici te Rome zelf dateert
waarschijnlijk van ca. 250 vC; zij hadden er
een eigen tempeltje op de Velia. Over hun verering
in de Vestatempel aldaar en over hun verhouding
tot Vesta in het algemeen bestaat verschil van mening.
Onder Augustus, die in zijn paleis een altaar
voor de staatsp. had laten oprichten, werd de Palatijn
het centrum van de nationale eredienst.
De iconografie van de huispenaten is niet duidelijk bepaald.
Zij werden weergegeven door kieine geboetseerde
of bronzen godenbeeldjes in de Larenkapelletjes
of werden op de wanden van het atrium
geschilderd (Pompeji). De staatsp. werden voorgesteld
als twee zittende en lansdragende jongelingen
en werden van oudsher vereenzelvigd met de
Dioscuren.
Lit. G. Wissowa (Roscher 3, 1879-1898). St. Weinstock (PRE
19, 417-457). M. Floriani Squarciapino (EAA 6, 23). G.
Piccaluga, Penates Moesiae Lares (Studi e Materiali di Storia delle
Religioni 32, 1961, 81-97). C. Peyre, Castor et Pollux et les
Pénates pendant la période républicaine (Mélanges d'Archéologie
et d'Histoire de l'École Française de Rome 74, 1962,
433-462). G. Radke, Die Götter Altitaliens (Münster 1965)
247-252. A. Alföldi, Die Penaten, Aeneas und Latinus. Eine
archäologisch-historische Untersuchung über das Schwurgold
und die nummi quadrigati (Mitteilungen des Deutschen
Archäologischen Instituts, Römische Abteilung 78, 1971, 1-57).
[van Uytfanghe]