Tiro

Tiro, vriend en particulier secretaris van Cicero. Hij werd ca. 103 vC in het huis van de familie Cicero te Arpinum geboren als zoon van een in slavernij geraakte vader. Hij verhuisde met zijn drie jaar jongere huisgenoot Marcus Tullius Cicero naar Rome, waar beiden samen opgroeiden, een grote belangstelling voor kunsten en wetenschappen gemeen hadden en hecht bevriend werden. Op 28 april 53 vC werd T. officieel vrijgelaten; hij nam, zoals gebruikelijk was, de namen van zijn patronus, Marcus Tullius, aan. In 51 vC begeleidde hij Cicero naar Cilicië, maar de terugreis moest hij om gezondheidsredenen ondërbreken, zodat de twee elkaar pas in 47 in Rome weerzagen. Toen Cicero na de moord op Caesar (maart 44) Rome had moeten verlaten, behartigde Tiro de belangen van zijn vriend in de stad; hoewel hij diens politieke overtuiging deelde, bleef hij bij de proscripties gespaard. Na Cicero's dood (43) trok hij zich terug op een landgoed bij Puteoli, waar hij ca. 4 vC overleed.

T. assisteerde Cicero bij het samenstellen van zijn redevoeringen en geschriften als secretaris. Daarbij bezigde hij een vorm van stenografie, de z.g. notae Tironianae, die snel verbreiding vond en tot ver in de middeleeuwen in gebruik bleef. T. publiceerde na Cicero's dood diens redevoeringen en een verzameling van diens geestige gezegden; hij ordende ook de nagelaten correspondentie, maar deze werd pas in de 1e eeuw nC uitgegeven. Van de werken die T. zelf geschreven zou hebben - overgeleverd zijn de titels Vita Ciceronis, Miscellanea en De usu atque ratione linguae Latinae (Gebmik en systeem van de latijnse taal) - is niets bewaard gebleven.


Lit. P. Groebe (PRE 7A, 1319-1325). [Nuchelmans]


Lijst van Namen