(1) Philippus, een van de twaalf apostelen. In de synoptici
en Hand treft men zijn naam alleen aan in de
apostellijsten (Mc 3,18; Hand 1,13) en wel steeds op
de vijfde plaats. Het ev. van Jo weet meer over hem
(Jo 1,35-51; 6,5-7; 12,20-22; 14,8v). De latere traditie
wil dat hij in Hierapolis in Klein-Azië gestorven
is (Polycrates en Papias bij Eusebius, Historia
ecclesiastica 3, 31, 3; 39, 4.9). Hetzelfde berichten
de uit de 4e eeuw daterende en historisch niet betrouwbare
Acta Philippi (tekst bij Lipsius/Bonnet,
Acta apostolica apocrypha II, 2, 1-90). Op zijn naam
staat een apocrief (gnostisch) evangelie (Hennecke 1,
194-199), waarvan sinds kort ook de koptische tekst
bekend is (tekst en duitse vertaling: W. C. Till, Das
Evangelium nach Philippos, Berlin 1963).
Lit. R. M. Wilson, The Gospel of Philip (London 1962). Id.,
The N.T. in the Nag Hammadi Gospel of Philip (NT 9, 1962/
1963, 291-294). J. E. Ménard, L'Évangile selon Philippe (Paris
1964).
(2) Philippus, christen van Jeruzalem, een van de zeven
armenverzorgers (diakens?) over wie Hand 6,1-6
schrijft. In Hand 21,8 wordt P. evangelist genoemd.
Hij trad met groot succes op in
Samaria (Hand 8,513)
en later in Azotus (ib. 8,40). Later woonde hij in
Caesarea, waar hij Paulus ontving op diens laatste
reis naar Jeruzalem (ib. 21,9). Hij had vier ongehuwde
dochters, die profetessen waren (ib.). In de
traditie wordt hij vaak verwisseld met de apostel P.;
zo reeds Papias bij Eusebius, Historia ecclesiastica
3,39. [Bouwman]
(3) Philippus van Side (Pamphylië), priester te Constantinopel,
kerkhistoricus, publiceerde tussen 434 en 439
een zeer breedvoerig en disparaat geschiedwerk in
36 boeken, Χριστιανική ἱστορία, waarvan slechts
fragmenten bewaard zijn. Het werk, geschreven in
een gezwollen, asianistische
stijl, ging tot 426 (cf.
Socrates, Historia ecclesiastica 7, 26, 5). Photius (9e
eeuw) kende er nog ongeveer tweederde van (Bibliotheca,
codex 35).
Lit. Uitgaven van de fragmenten: C. de Boor (TU 5, 2, Leipzig
1888, 165-184). E. Bratke (TU 19, 3, Leipzig 1899, 153-164).
- H. Opitz (PRE 19, 2350v). - Bardenhewer 4, 135-137.
- E. Honigmann, Patristic Studies (ST 173, Rome 1953) 8291.
[Bartelink]