Samuel (Boeken)

(I) Naam. De twee boeken Sm vormden oorspronkelijk één geheel. De griekse vertaling heeft het boek in twee delen gesplitst en de hebreeuwse uitgaven hebben sinds ca. 1448 dit voorbeeld gevolgd. Hiëronymus sprak van 1 en 2Kg en zo deed ook de Vg (opschrift Regum); het vervolg heet dan 3 en 4Kg. Dat het boek in de hebreeuwse overlevering Sm genoemd wordt, is waarschijnlijk veroorzaakt door 1Kr 29,29, waar een geschiedenis van David wordt toegeschreven aan de 'ziener' Samuel. Niettemin eindigt 1Sm met de dood van de man, die in 2Sm geen enkele rol meer speelt.

(II) Inhoud. Hoofdstuk 1 beschrijft hoe Samuel terecht is gekomen in de tempel te Silo. Na een onderbreking door een lied, de lofzang van Hanna (2,1-10), volgt de roeping van Samuel en de ondergang van het huis van Eli (3). De hoofdstukken 4-6 vertellen over de omzwervingen van de ark, die door de Filistijnen is buitgemaakt, totdat deze geplaatst wordt in Kirjat Jearim. Hoewel Samuel als richter en als legeraanvoerder succesvol optreedt, komt het volk met de wens een koning te bezitten (7-8). Het tweede deel (9-15) verhaalt de zalving van Saul tot koning, diens daden, het optreden van Sauls zoon Jonatan en tenslotte de breuk tussen Samuel en Saul. Het derde deel beschrijft de zalving van David tot koning (16), de overwinning van David op Goliat (17), de haat van Saul tegen David en het optreden van deze laatste als leider van een groep soldaten die leven van het tribuut dat de boeren willen betalen voor bescherming van hun eigendom.

Daartussendoor spelen de thema's van de vriendschap tussen David en Jonatan (20) en de ambivalente houding van David tegenover de koning, die hij als de gezalfde Gods blijft ontzien (24 en 26]. Tijdens het oponthoud van David bij de Filistijnen (27, 29,30) wordt Saul steeds eenzamer. Zijn raadpleging van de geest van de overleden Samuel door middel van een vrouw in Endor (28) en zijn ondergang in de slag tegen de Filistijnen bij de Gilboa vormen het einde van 1Sm.

2Sm begint met de tijding van Sauls dood en daarbij aansluitend het klaaglied van David over Saul en Jonatan (1,17-27). De hoofdstukken 3-5 vertellen de opgang van David en de ondergang van het huis van Saul, dat zich in Mahanaim nog enige tijd gehandhaafd heeft. De verovering van Jeruzalem en het overbrengen van de ark naar deze stad (5-6) vormen een voorlopig sluitstuk. Daarna volgt een profetie van Natan en een beschrijving van Davids overwinningen (7-9). Met de geschiedenis van David en Batseba begint een familiegeschiedenis, die eindigt met de dood van Absalom (11-19) en Davids terugkeer naar Jeruzalem (20). Er volgen dan fragmentarische berichten over opstanden in Davids rijk en bestuurlijke maatregelen van de koning, afgewisseld door een danklied (22) en de laatste woorden van David (23,1-7), terwijl het boek eindigt met de volkstelling, de daaropvolgende straf en de oprichting van een altaar op de dorsvloer van Arauna (24). Het einde dat men verwachten zou, de dood van David, vindt men eerst in 1Kg 2,10.

(III) Ontstaan. De boeken 1 en 2Sm maken de indruk een compilatie te zijn van verschillende literatuursoorten. Er zijn verhalen in verzameld die tot de hoogtepunten van de oudoosterse vertelkunst gerekend worden; in het bijzonder de familietragedie van 2Sm 11-19 is in dit opzicht onovertroffen en moet toegeschreven worden aan één begaafde auteur. De verhalen worden onderbroken door liederen, die soms in een andere contekst eveneens voorkomen (2Sm 22 in Ps 18) en niet altijd corresponderen met de situatie waarin ze geplaatst zijn. Dit geldt niet voor het klaaglied van David, dat overgenomen zou zijn uit het Boek van de Oprechte (2Sm 1,17v). Een eigen literatuursoort is die van de profetie, die zoals in 1Sm 12 en 2Sm 7,4-17 een gehele literaire eenheid vult. Er zijn echter ook korte uitspraken waarbij een boodschapper de opdracht krijgt een woord Gods over te brengen.

De zakelijke mededelingen in de vorm van registers en uittreksels uit archieven vloeien soms met de verhalen samen, zodat er een overgang te zien is van de ene stijl in de andere, maar ze kunnen ook zelfstandige eenheden vormen, zoals 2Sm 8,3-14 en 15-18 en 23,8-39, waarbij het verhalend element ondergeschikt wordt. Voorts zijn er gelijkenissen (2Sm 12,1-4) en spreekwoorden (1Sm 10,12; 18,7; 24,13v), die vormgevend zijn geweest voor het verhaal waarin ze voorkomen, en tenslotte de korte notities, die in bijna geen bijbelboek ontbreken en voor de lezer iets willen verduidelijken, zoals 1Sm9,9 over het gebruik van de woorden 'ziener' en 'profeet'.

Over het algemeen neemt men aan dat de boeken 1 en 2Sm het resultaat zijn van verschillende bewerkingen, nadat omstreeks 900 vC de geschiedenis van Saul door een auteur was bewerkt. Na een heruitgave, waarin mededelingen over de cultus en de tempel uit priesterkring zouden zijn opgenomen, zou de laatste hand zijn gelegd door de z.g. Deuteronomist. Daarmee zouden 1 en 2Sm dan een onderdeel zijn geworden van het grote deuteronomistische geschiedwerk (Deuteronomium) dat geheel Gn 2,46 tot 2Kg 25 heet te omvatten.

tekst


Lit. Commentaren: M. Rehm (Würzburg 1948). R. de Vaux (1953). A. van den Born (Roermond 1956). C. J. Goslinga (Kampen 1962). P. R. Ackroyd (Cambridge 1971; alleen 1 Sm). H. J. Stoebe (Gütersloh 1973; alleen 1 Sm). Studies: J. H. Granbaek, Die Geschichte von Aufstieg Davids (1 Sam. 15 - 2 Sam. 5). Tradition und Komposition (Kopenhagen 1971). H. Schulte, Die Entstehung der Geschichtschreibung im alten Israel (BZAW 128, Berlin 1972). F. Schicklberger, Die Ladeerzählungen des ersten Samuelbuches, Eine literaturwissenschaftliche und theologie-geschichtliche Untersuchung (Würzburg 1973). E. Würthwein, Die Erzählung vom der Thronfolge Davids. Theologische oder politische Geschichtschreibung? (Zürich 1974). [Beek]


Afkortingen Lijst van Namen