
![]()
Cirta (Κίρτα), punische, later romeinse stad in
Numidië,
gelegen op een rots ca. 70 km van de Middellandse
Zee, ruim 300 km ten westen van Carthago;
thans Constantine. Vanaf ca.
200 vC was C. hoofdstad van het koninkrijk
Numidië en residentie van
Masinissa
en diens opvolgers. Nadat in 46 vC de Romeinen Numidië
hadden geannexeerd, vestigde
Julius Caesar in C.
een romeinse kolonie, die van
Augustus de naam
Colonia Iulia Iuvenalis Honoris et Virtutis C.
ontving. In de volgende eeuwen was de stad een
belangrijk bestuurs- en handelscentrum (landbouw,
marmergroeven, kopermijnen). In 311 door de
usurpator Domitius Alexander verwoest, werd C.
herbouwd door Constantijn, die het een nieuwe naam,
Constantina, gaf. De stad, bisschopszetel sinds 256,
was een centrum van de donatisten (christelijke sekte). In C. werd
ca. 100 nC de schrijver
Fronto geboren.
Het archeologisch onderzoek in C. heeft belangrijke
punische (veel inscripties), maar slechts weinig
romeinse resten aan het licht gebracht behalve een aquaduct (foto rechtsboven). Sommige
geleerden betwijfelen of het punische en numidische
C. met het romeinse geïdentificeerd mag
worden; zij zoeken het punische en numidische C.
bij de tunesische plaats El Kef, ca. 180 km ten
zuidwesten van Tunis, en identificeren Constantine
met de punische nederzetting Sarim Balim,
die na 46 vC haar naam in C. veranderd zou hebben. Op de Peutinger kaart (foto rechts: midden) wordt C. Cirta colonias genoemd.
Lit. Dessau (PRE 3, 2586-2588). M. Floriani Squarciapino (EAA 2, 872v). - A. Berthier/J. Juillet/R. Charlier, Le Bellum Jugurthinum de Salluste et le probleme de C. (Constantine 1949). R. Charlier, La Numidie vue par Salluste. C. Regia: Constantine ou La Kef (Antiquité Classique 19, 1950, 289-307). A. Berthier/R. Charlier, Le sanctuaire punique d' El Hofra à Constantine (Paris 1955). [Nuchelmans]