
Nicomedia (Νικομήδεια), hoofdstad van het koninkrijk
Bithynië en van de
romeinse provincie Bithynia, gelegen bij het meest oostelijke punt van de
Propontis; thans Izmit. N. werd
ca. 264 gesticht door en genoemd naar
Nicomedes I
van Bithynië. Omdat hij de nieuwe stad, waarvan
de bewoners vooral uit het nabijgelegen, door
Lysimachus verwoeste Astacus kwamen, wilde laten
concurreren met de residenties der andere hellenistische
vorsten, spaarde hij kosten noch moeite voor
haar verfraaiing. In de mithridatische oorlogen had
zij veel te lijden; in 85 vC werd binnen haar muren
de romeinse consul Lucius Valerius Flaccus door
Fimbria
en diens aanhangers gedood. In 29 vC
werd in N., dat inmiddels romeinse provinciehoofdstad
geworden was, een tempel ter ere van
Augustus
gewijd, waarin de provinciale landdagen werden
gehouden. Keizer Diocletianus
verhief de welvarende
handels- en industriestad, die echter meermalen
door aardbevingen getroffen werd en in 258 nC
door de Goten
geplunderd was, in 284 tot zijn residentie
en bouwde er een groot paleis, een circus en
een basilica; in de 4e eeuw resideerden er
Maximinus
Daia en Licinius.
De aardbevingen van 362 en
van de 5e eeuw maakten de prachtige stad
grotendeels met de bodem gelijk.
Systematisch archeologisch onderzoek heeft in N. nog niet plaats gehad; bij de aanleg van fabrieken in de buurt van de haven kwamen in de jaren '30 resten van antieke woonwijken aan het licht, alsmede een enorme kop van Diocletianus (?), die zich thans in het archeologisch museum in Constantinopel bevindt.
Uit brieven van Plinius minor, die tussen 110 en
113 nC als keizerlijk legaat in N. verbleef, aan
keizer Traianus
blijkt onder meer dat er in het begin
van de 2e eeuw nC reeds een belangrijke christengemeente
in N. was.
Lit. W. Ruge (PRE 17, 468-492). - J. Sölch, Bithynische Stadte im Altertum (Klio 19, 1925, 140-188). F. Dörner, Inschriften und Denkmäler aus Bithynien (Istanbuler Forschungen 14, 1941). Nezih Firatli, Izmit. Son histoire et ses monuments (Istanbul 1964). [Nuchelmans]