
Pleuron
(Πλευρῶν), stad in de zuidwestaetolische Aeolis.
Homerus noemt P. in de scheepscataloog (Il. 2, 639) een Aetolische stad.
In de 6e/5e eeuw maakte P. zich los van de Aetoliërs (Thuc. 3,102,5)
en op het einde van de 5e eeuw werd P. lid van de Achaeïsche bond.
Maar in de 4e eeuw werd P. samen met naburige steden in de Aetolische bond
opgenomen. Dat P. bij de bond hoorde, staat echter pas in de 3e eeuw
vast, toen P. ambtenaren aan de bond leverde. Nadat Demetrius in de
3e eeuw P. had verwoest, werd een nieuw Pleuron op een hoger gelegen
plaats gesticht. In de 2e eeuw hoorde P. tijdelijk bij de Achaeïsche
bond (Paus. 7,11,3).
Van Oud-P. is de locatie niet zeker, wsl. lag het in de vlakte tussen
de Achelous en Euenus dichtbij Calydon en Nieuw-P. bij de helling
van de Aracynthus bij het moderne Kato Retsina.
Van de hellenistische stad zijn stadsmuren, een theater, Agora, cisternen
over. P. is in de mythologie het vaderland voor Meleager en de Cureten.
Athene werd hier vereerd (Stat. Theb. 2,727).
Lit. NP 9, 1134. S. Bommeljé, Aeolis in Aetolia (Historia 37, 1988 297-316). E. Kirsten, PRE 21, 239-243.