Proclus

Proclus (Πρόκλος) Diadochus (ca. 412-485), griekse wijsgeer uit de atheense school van het neoplatonisme. Wat we van zijn leven weten, stamt voornamelijk uit een levensbeschrijving door zijn leerling Marinus. P'. werd geboren te Constantinopel en studeerde in zijn vaderstad, in Alexandrië en tenslotte in Athene. Hier was hij leerling van Plutarchus en Syrianus; laatstgenoemde volgde hij ca. 440 op als schoolhoofd van de Academie.

Van de meer dan 50 werken die P. schreef, grotendeels een neerslag van zijn onderricht, zijn er 20 geheel of gedeeltelijk bewaard gebleven:
- Στοιχείωσις θεολογική (Elementen der theologie; ed. E. R. Dodds, Oxford 1963, met engelse vertaling en commentaar; franse vertaling J. Trouillard, Paris 1965), zijn invloedrijkste werk, waarin hij in 211 stellingen de grondslagen der neoplatonische metafysica presenteert en ontleedt;

- vier boeken Εἰς τὴν Πλάτωνος θεολογίαν (Inleiding tot Plato's theologie; ed. Aem. Portus, Hamburg 1618 = Frankfurt 1960, met latijnse vertaling; boek 1 met franse vertaling H. D. Saffrey/L. G. Westerink, Paris 1968; italiaanse vertaling E. Tubolla, Bari 1959) behandelen hetzelfde onderwerp als de Στοιχείωσις θεολογική, maar aan de hand van teksten van Plato;

- commentaren op Plato's Parmenides (ed. V. Cousin, Paris 1864 = Hildesheim 1961; franse vertaling A. Chaignet, Paris 1900-1903 = 1962), Timaeus (ed. E. Diehl, Leipzig 1903-1906 = Amsterdam 1965; franse vertaling A. Festugière, Paris 1966-1968), Alcibiades (ed. L. G. Westerink, Amsterdam 1954; engelse vertaling W. O'Neill, Den Haag 1965), Politeia (ed. W. Kroll, Leipzig 1899-1901 = Amsterdam 1965; franse vertaling A. Festugière, Paris 1970) en Cratylus (ed. G. Pasquali, Leipzig 1908);

- zeven hymnen (ed. E. Vogt, Wiesbaden 1957);

- een commentaar op het eerste boek van de Elementen van Euclides (ed. G. Friedlein, Leipzig 1873 = Hildesheim 1967; franse vertaling P. VerEecke, Bruges 1948; engelse vertaling G. R. Morrow, Princeton 1970);

- Ὑποτύπωσις τῶν ἀστρονομικῶν ὑποθέσεων (ed. C. Manitius, Leipzig 1909, met duitse vertaling en commentaar), een schets van de posities der hemel lichamen;

- drie korte verhandelingen over de relatie tussen de voorzienigheid, de vrijheid en het kwaad, alleen bewaard gebleven in de latijnse vertaling van Willem van Moerbeke (ed. H. Boese, Berlin 1960).

P. was een veelzijdig geleerde en een systematische geest, die vertrouwd was met alle richtingen van de griekse wijsbegeerte en respect had voor alle uitingen van godsdienstig leven. Hij poogt de leer van Plotinus, die gebaseerd is op de mystieke intuïtie van het Ene, te vatten in een rationalistische en deductieve begrippenconstructie; ook de intuïtie neemt hij in zijn stelsel op, maar zij wordt redelijk gefundeerd en verantwoord.

De relatie van het Ene tot de lagere zijnstrappen beschrijft P. in een drievoudig schema: het lagere blijft in het hogere (μονή), het komt eruit voort (πρόοδος) en het streeft ernaar terug (ἐπιστροφή). Tussen de zijnstrappen construeert hij overgangen die ook weer afzonderlijke realiteiten zijn: tussen het Ene en het Intellect voert hij het Zijn van het Ene in en het Vermogen van het Ene om oorzaak te zijn van hetgeen erop volgt; het Intellect is de Activiteit van deze oorzaak, terwijl de Ziel weer het Vermogen van het Intellect is, waarvan de wereld van het Worden het gevolg is; de Materie is het Vermogen van alles om door het Ene te worden veroorzaakt.

Voorts neemt P. tussen de Triade van het Ene en de wereld der ideeën een beperkt aantal door het Ene veroorzaakte Henaden (Eenheden) aan, die hij met de goden van het polytheïsme identificeert;

deze zijn even onkenbaar als het Ene, maar door de theürgie kan men ermee in contact komen. Evenals bij Plotinus bezit de ziel van elke mens een speciaal vermogen dat bestemd is om de opgang tot het Ene te verwerkelijken. In de opgang onderscheidt P. ook drie trappen: die van de ἔρως (de liefde tot het schone), die van de ἀλήθεια (waarheid) en die van de πίστις, een vermogen van hogere orde dat de mens op mystieke wijze in het Onkenbare en Onuitsprekelijke doet verwijlen. De invloed van P. is zeer groot geweest, vooral doordat Pseudo-Dionysius de Areopagiet ca. 500 nC het systeem van P. ten grondslag legde aan zijn christelijke theologische beschouwingen.


Lit. Uitgaven met franse vertaling: L. Westerink/H. Saffrey, Proclus. Théologie platonicienne 1-4 (Paris 1968-1981). D. Isaac, Proclus. Trois études 1-3 (ib. 1977-1982). R. Beutier (PRE 23, 186-247). C. de Vogel, Greek Philosophy 3 (Leiden 1964) 562-587. - L. 1. Rosán, The Philosophy of P. The final phase of ancient thought (New York 1949). W. Beierwaltes, Proklos. Grundzüge seiner Metaphysik (Frankfurt 1965). S. Breton, Philosophie et mathématiques chez P. (Paris 1969). P. Bastid, P. et 1e crépuscule de la pensée grecque (ib. 1969). J. Trouillard, L'un et l'âme selon Proclos (ib. 1972). [Nuchelmans]



Lijst van Namen