Valerius Flaccus Setinus Balbus

Valerius Flaccus Setinus Balbus, met Statius vertegenwoordiger van het mythologisch epos in de romeinse kerzertijd. Afgezien van een waarderende opmerking van Quintilianus (10, 1, 90) naar aanleiding van zijn recente dood (omstreeks 90 nC) kennen we hem alleen uit zijn gedicht, in welks proloog (kort na 70 nC) hij over de flavische keizers en over zijn lidmaatschap van het priestercollege der quindecimviri spreekt. Elders maakt hij toespelingen op de uitbarsting van de Vesuvius (79 nC) en worden binnen het in de griekse oertijd spelende verhaal voorspellingen gedaan, waarbij Rome betrokken is. Indien men in de gruwelijkheden van Statius' Thebais een neerslag van de eigen tijd wil zien, dan kan men die bij V. Flaccus zien in zijn neiging tot psychologiseren en beschrijven van menselijke emoties, die soms aan Seneca en Tacitus herinnert.

Het onderwerp van zijn epos Argonautica behoort tot de meest traditionele stof van de griekse literatuur. De tocht van Iason en de Argonauten met het 'oerschip' Argo naar Colchis aan de Zwarte Zee om het door een draak bewaakte Gulden Vlies te halen, Iasons succes met hulp van de toverkunsten van de op hem verliefde koningsdochter Medea en de rampzalige thuiskomst met de wraak van Medea op de ontrouwe Iason was een geliefd onderweg in de griekse tragedie (Euripides) en het latere griekse epos, waarvan het werk van Apollonius Rhodius bewaard is. Dit was in Rome vóór V. al door Varro (3) van Atax in het latijn bewerkt en had vooral op de Dido-figuur van Vergilius' Aeneis een diepgaande invloed uitgeoefend; Ovidius dichtte een verloren tragedie Medea; die van Seneca bezitten wij nog. V. Flaccus gebruikte Apollonius als voornaamste bron, maar ook de invloed van Ovidius en vooral van Vergilius is zeer groot. Speciaal de romantische as ecten van het verhaal worden bij V. Flaccus uitgebuit. Uitvoerig komen het vertrek en de heenreis aan de orde, waarbij het hele epische apparaat (godenvergadering, catalogus der 50 helden, profetieën, dromen) in actie komt. Pas in het 5e boek arriveert men na een hachelijke tocht in Colchis, maar eerst in het 7e boek bereikt het werk zijn hoogtepunt: de passie van Medea, haar verraad van haar eigen vader en daarmee haar ontwikkeling van onschuldig meisje tot demonische vrouw. Het 8e boek beschrijft het begin van de terugtocht, maar hier werd de dichter blijkbaar door de dood verrast.

Hoewel hij poëtisch de mindere is van zijn extravagante tijdgenoot Statius, is Valerius' werk sympathieker en bij vlagen zeer leesbaar. Zijn verstechniek is glad (invloed van Ovidius); zijn voornaamste zwakte is een overdaad aan vergelijkingen. Na eeuwenlange vergetelheid ontdekte Poggio in 1417 te St. Gallen een handschrift, dat later door de ontdekking van andere gevolgd werd, waarvan V (Vaticanus Latinus 3277) uit de 9e eeuw het belangrijkste is.


Lit. Overzicht van de recente literatuur: W .-W. Ehlers, V. Flaccus 1940 bis 1971 (Lustrum 16, 1971-1972, 105-142). Uitgaven: Editio princeps: Bologna 1474. Moderne edities: E. Courtney, C. Valeri Flacci Argonauticon libri VIII (Leipzig 1970). W.-W. Ehiers, C. Valerii Flacci Argonauticon libri VIII (Stuttgart 1980). Met commentaar: P. Langen, C. Valeri Fiacci Setini Balbi Argonauticon libri VIII 1-2 (Berlin 1896v)- Met engelse vertaling: J. H. Moziey, V. Flaccus (Loeb Class. Libr., London 1934). Index: W. H. Schulte, Index verborum Valerianus (Iowa 1935 = Hildesheim 1965). Studies: A. Kurfess PRE 8A, 9-15). GRL 2, 520-524. - H. Mehmel, V. Flaccus (Diss. amburg 1934. V. Ussani, Studio su Valerio Flacco (Rome 1955). E. Merone, Sulla lingua di Valerio Flacco (Napels 1957). S. Wetze, Die Gestalt der Medea bei V. Flaccus (Diss. Kiel 1957). W .-W. Ehlers, Untersuchungen zur handschriftlichen Uberlieferung der Argonautica des V. Flaccus (Zetemata 52, München 1970). E. Lefèvre, Das Proömium der Argonautica des V. Flaccus (Wiesbaden 1971).J. Strand, Notes on V. Flaccus' Argonautica (Stockholm 1972). S. Contino, Lingua e stile in Valerio Flacco (Bologna 1973). .L Adamietz, Zur Komposition der Argonautica des V. Flaccus (Zetemata 67, München 1976). EL Burck, Die Argonautica des V. Flaccus (in E. Burck ed., Das römische Epos, Darmstadt 1979, 208-253). [Leeman]



Lijst van Auteurs