Io

Io (Ἰώ), legendarische dochter van de argivische koning Inachus, priesteres van Hera in haar vaderstad. Toen Zeus verliefd op haar werd, veranderde hij haar in een witte koe om tegenover de afgunstige Hera zijn omgang met Io te kunnen loochenen (volgens een andere versie veranderde Hera Io in een koe). Maar Hera vroeg en verkreeg van haar gemaal de koe ten geschenke en liet haar door de veelogige Argus bewaken, waarna Zeus Hermes opdracht gaf Argus te doden en Io te bevrijden. Toen dat geschied was, achtervolgde Hera op haar beurt de koe met een horzel, totdat zij na veel omzwervingen - o.a. over de (naar haar genoemde) Ionische Zee, de thracische en de cimmerische Bosporus en langs de Caucasus, waar ze Prometheus ontmoette - in Egypte belandde. Daar kreeg Io eindelijk haar menselijke gedaante terug en werd bij Zeus moeder van Epaphus, die later Memphis stichtte en door zijn dochter Libye de grootvader van Agenor en Belus werd.

Reeds in de 4e eeuw vC werd Io met de egyptische godin Isis geïdentificeerd.

Io werd meestal afgebeeld als een meisje met kleine horens aan de slapen. Op vazenschilderingen - vanaf de 6e eeuw vC - en op muurschilderingen in Pompeji behoren Io's bewaking door Argus, haar bevrijding door Hermes en haar aankomst in Egypte tot de meest geliefde taferelen; bekend is een fresco in de Casa di Livia op de Palatijn in Rome.

Lit. Aeschylus, Prometheus 562-886. Ovidius, Metamorfosen 1, 568-750. R. Engelman (Roscher 2, 263-280). S. Eitrem (PRE 9, 1732-1743). E. Paribeni (EAA 4, 169-171). [Nuchelmans]

fresco
De aankomst van Io in Egypte (Pompeji)


mythen