Thanatos (Θάνατος) is in de griekse mythologie de
verpersoonlijking van het gebeuren dat aan de mens
het leven ontrukt. Geboren uit Nyx en
Erebus,
tweelingbroer van Hypnos,
is hij minder een goddelijke
figuur dan de onverbiddelijke macht achter het
dagelijks feit van het onontkoombare sterven. Door
het volksgeloof gevreesd, wordt hij door de dichterlijke
fantasie als donker, onbuigzaam, onverhoeds
toeslaand wezen getekend. Bij Homerus krijgt hij
alleen gestalte waar hij met Hypnos het lijk van
Sarpedon
naar Lycië terugvoert (vaak voorgesteld op
grieks vaatwerk; zie hiernaast); zo ook als tragi-komische figuur in
de sage van Sisyphus of,
bij Euripides, waar Heracles
hem zijn prooi Alcestis ontrukt. Ook als verlosser
uit het lijden, als schenker van de eeuwige slaap
blijft T. veeleer een troostmotief dan een goddelijk
wezen. Als persoonlijke doodsmacht maakt hij in
de literatuur plaats voor
Hades, en in het griekse
volksgeloof vooral voor Charon.
Lit. O. Waser (Roscher 5, 481-527). A. Lesky (PRE 5A, 1245-1268). C. Saletti (EAA 7, 798v). - K. Heinemann, T. in Poesie und Kunst der Griechen (München 1913). J. Hjertén, Hypnos och T. i dikt och kunst (Stockholm 1951). J.-C. Eger, Le Sommeil et la Mort dans la Grèce antique (Paris 1966). [ Sanders ]