Tes(s)up

relief Aleppo 9e eeuw vCTes(s)up, naam van de hoofdgod van het hurritische pantheon, die met zijn echtgenote Hepat met name in het oosten van Anatolië en in Noord-Syrië zijn belangrijkste cultusplaatsen had: Aleppo, Kummanni en Uda. Hij wordt in hethitische teksten meestal met het Sumerogram van de stormgod (DU of DISKUR) geschreven, soms met een hethitisch complement -una-, waarachter de hethitische naam Tarhu(na) schuil gaat. Veelvuldig komt T. voor als eerste of tweede element in mannelijke persoonsnamen, o.a. in teksten uit Nuzu en Bogazköy. Zijn naam betekent mogelijk 'hij die vernietigt' en hij wordt dan ook vaak afgebeeld terwijl hij een knots of strijdhamer (de bliksem) opheft en op het punt staat zijn tegenstander te doden.

T. komt met name in de 13e eeuw ook in Centraal-Anatolië als hoofdgod van het hethitische pantheon naar voren, wat o.a. blijkt uit de centrale positie op de ruggen van twee berggoden die hij met zijn echtgenote op de rotsreliefs van Yazilikaya inneemt.

Bij de mannelijke hoofdgod staat in hieroglifisch schrift het ideogram van de stormgod DU, een gestileerde driestrahge bliksem, naast de hoofdgodin, die met DHe-ba-tu is aangeduid. Hun beider zoon is Sarruma. Naast het voorkomen van T. in hurritische rituele teksten, is vooral de belangrijke rol die hij speelt in de hurritische mythen of epen van Kumarbi en Ullikummi vermeldenswaard. Deze teksten zijn, afgezien van enkele in het hurritisch gestelde fragmenten die ook in Bogazköy zijn gevonden, in hethitische versies overgeleverd. Daarin wordt de strijd om de heerschappij onder de goden beschreven tussen de vader der goden, Kumarbi, en de stormgod die als zoon van de aarde en Kumarbi in het epos wordt geboren. Vader Kumarbi bestrijdt op allerlei manieren de aanvankelijk koning van Kummija, maar inmiddels koning van de hemel geworden stormgod, maar delft het onderspit, zodat de heerschappij van T. gevestigd is. Door de veelzijdige taken van de stormgod zijn er een groot aantal verschijningsvormen die met name worden aangeduid: T. van de goddelijke kracht, T. van het succes enz. Daarnaast kennen de diverse cultusplaatsen eigen gedaanten van T., waarvan de belangrijkste die van Aleppo is geweest. De stormgod van Aleppo komt al in oud-hethitische teksten voor (Hattusilis I) en in nog oudere teksten uit Mari. Aangezien zijn vermelding doorloopt tot in neo-assyrische teksten uit de 8e eeuw vC, is er sprake van een vermoedelijk continue verering gedurende meer dan 1000 jaar, samenhangend met de belangrijke rol die Aleppo in het 2e millennium in de geschiedenis van het Nabije Oosten heeft gespeeld. Ten gevolge van de verovering van Aleppo door Suppiluliumas I en de benoeming van diens zoon tot koning ter plaatse, is de positie van de stormgod van Aleppo in het hethitische pantheon versterkt en wordt zelfs Hattusa aangeduid als de plaats van de stormgod van Aleppo. Zijn vermelding bij de eedgoden in staatsverdragen is dan ook vanzelfsprekend.

Als vizier van T. treedt Tenu op en trouwe helpers van T. zijn de stieren Seri en Hurri, die beiden eveneens in Yazilikaya staan afgebeeld.
Boven een reliëf uit de 9e eeuw vC uit Aleppo.


Lit. H. G. Güterbock, Kumarbi (Zürich/New York 1946). E. Laroche, Tessub, Hebat et leur cour (JCS 2, 1948, 113-136). H. Klengel, Der Wettergott von Halab (JCS 19, 1965, 87-93). Vl. Soucek/J. Siegelov´, Der Kult des Wettergottes vom Halap in Hatti (Archiv Orientalni 42, 1974, 39-52). K. Bittel e.a., Das hethitische Felsheiligtum Yazilikaya (Berlin 1975). I. M. Diakonoff (in M. A. Morrison/D. I. Owen, Studies on the Civilization and Culture of Nuzi and [van Loon/de Roos] the Hurrians, Winona Lake 1981).


Lijst van Goden