Illyriërs

kaartIllyriërs (Ἰλλυριοί, latijn Illyrii). Het is van groot belang een scherp onderscheid te maken tussen I. in engere en I. in ruimere zin.

(1) Illyriërs in engere zin, verzamelnaam voor een aantal verwante stammen die vanaf het begin (?) van het 2e millennium vC ten noorden van Epirus een ruim 100 km brede strook langs de adriatische kust bewoonden; in de 6e, 5e en 4e eeuw vC strekte hun gebied zich uit van Scardona (Sibenik) in het noorden tot aan de huidige zuidgrens van Albanië. Of de Dalmatiërs en Dardani tot de I. gerekend moeten worden, wordt door velen sterk betwijfeld; hetzelfde geldt voor de Iapyges en Messapiërs in Zuid-Italië (Illyrisch).

De meest zuidelijke stammen der I., die berucht waren om hun zeeroverij, hadden vanaf de 6e en 5e eeuw vC - meestal vijandelijke - contacten met de naburige griekse kolonies, zoals Apollonia en Epidamnus, en met de koningen van Macedonië, wier gebied ze bij herhaling plunderden. Pas in de 4e eeuw vC waagden Grieken het nederzettingen te stichten in het noordelijke deel van de Adriatische Zee.

Ca. 250 vC wist een zekere Pleuratus de I. in één groot koninkrijk te verenigen. Zijn opvolger Agron en diens gemalin Teuta zetten de zeeroverij voort, breidden hun gebied verder uit, mengden zich in griekse aangelegenheden en geraakten in conflict met Rome (eerste illyrische oorlog 229-228), waarmee ze een verdrag moesten sluiten, waardoor ze schatplichtig werden en een aantal steden moesten afstaan. In 219 zagen de Romeinen zich gedwongen opnieuw in te grijpen en halveerden het illyrische rijk (tweede illyrische oorlog); daarna werd hun aandacht volledig opgeëist door de tweede punische oorlog. In de tweede macedonische oorlog (200-197) en daarna golden de illyrische koningen Pleuratus II (206-180) en Gentius (180-168) zelfs officieel als romeinse bondgenoten, maar in de derde macedonische oorlog (171-168) koos Gentius openlijk partij voor Perseus van Macedonië: in dertig dagen onderwierp de romeinse praetor Lucius Anicius Gallus Illyrië. Het onderworpen gebied, door de Romeinen Illyricum genoemd, werd niet terstond tot een afzonderlijke provincie gemaakt. Tot het midden van de 1e eeuw vC werd het door talrijke veldtochten tot de gehele dalmatische kust uitgebreid en vormde nu eens met Macedonia dan weer met Gallia Cisalpina een bestuurlijke eenheid. Pas ca. 45 vC kwam een provincie Illyricum tot stand, die een veel groter gebied omvatte dan het woongebied der I. in engere zin.

Over het latere lot van de I. in engere zin is, evenmin als over hun levenswijze, weinig met zekerheid bekend. Dat de Albanezen van hen zouden afstammen, is niet bewezen.

(2) Illyriërs in ruimere zin. Vanaf de 1e eeuw vC noemden de Grieken en Romeinen dikwijls alle bewoners zowel van de provincie Illyricum als van het gelijknamige toldistrict en van de dioecesis en praefectura Illyricum Ἰλλυριοί c.q. Illyrii.


Lit. M. Fluss (PRE Suppl. 5, 1931, 311-345). - S. Casson, Macedonia, Thrace and Illyria (Oxford 1926). R. L. Beaumont, Greek Influence in the Adriatic Sea before the Fourth Century B.C. (JHS 1936, 159-204). J. Pokorny, Zur Urgeschichte der Kelten und Illyrier (Halle 1938). E. Swoboda, Octavian and Illyricum (Wien 1932). A. Dobó. Publicum portorium Illyrici (Boedapest 1940). W. Borgeaud, Les Illyriens en Grèce et en Italie. Études linguistiques et mythologiques (Genève 1943). G. Alföldy, Bevölkerung und Gesellschaft der römischen Provinz Dalmatien (Boedapest 1965). H. Kronasser, Illyrier und Illyricum (Die Sprache 11, 1965, 155-183). [Nuchelmans]


Kaart