In de hellenistische tijd werden,
vooral door de alexandrijnse filologen, letterkundige
canons opgesteld, lijsten met typische vertegenwoordigers
van bepaalde literaire genres. De bekendste
is de canon der tien attische redenaars:
Antiphon, Andocides, Lysias, Isocrates, Isaeus,
Aeschines, Demosthenes, Hyperides,
Lycurgus en
Dinarchus. Het is niet bekend, waar en wanneer
deze canon ontstaan is; in elk geval bestond hij ten
tijde van keizer Augustus, toen
Caecilius van Caleacte
zijn verhandeling over het karakter der tien
redenaars schreef.
[Nuchelmans]