Bion (Βίων), griekse eigennaam, o.a. van twee wijsgeren en een dichter.
(1) Bion van Abdera,
wiskundige en wijsgeer (ca. 400
vC), leerling van Democritus. Volgens
Diogenes
Laërtius (4,58) was hij de eerste die tot de conclusie
kwam dat er op aarde streken zijn waar het
beurtelings zes maanden nacht en zes maanden dag
is. B. zou ook de relaties tussen windrichting en klimaat
bestudeerd hebben. Verder is er over hem
niets bekend.
(2) Bion van Borysthenes (de tegenwoordige Dnjepr in Zuid-Rusland), populaire griekse wijsgeer uit de eerste helft van de 3e eeuw vC. Als jongen geraakte B. na een veroordeling van zijn vader in slavernij, hij werd echter vrijgelaten, kreeg een goede opvoeding en erfde het vermogen van zijn voormalige meester. In Athene studeerde hij in de Academie (Xenocrates) en het Lyceum (Theophrastus), maar op den duur voelde hij zich meer aangetrokken tot de cynische school van Crates van Thebe. Vervolgens wist hij, van stad tot stad trekkend, op een voor het grote publiek begrijpelijke wijze wijsgerige problemen te behandelen, waarbij hij op humoristische wijze à la Socrates kritiek op overgeleverde waarden leverde en de leer verkondigde dat geluk te bereiken is door zich aan de wisselende omstandigheden aan te passen.
B. geldt als de grondlegger van de
diatribe, een
levendige verhandeling in lichte gesprekstoon,
meestal over een ethisch vraagstuk. Zijn invloed
werkte lang door, o.a. op
Menippus van Gadara,
Teles, Horatius,
Seneca,
Plutarchus en
Epictetus.
Een marmeren beeld van een wijsgeer in het Museo
Capitolino te Rome, een romeinse kopie uit augusteïsche
tijd van een grieks bronzen origineel uit de
3e eeuw vC, wordt door velen voor dat van B. gehouden.
Lit. Fragmenten bij F. Mullach, Fragmenta Philosophorum
Graecorum 2 (Paris 1867) 423-429 en K. Wachsmuth, Sillographorum
Graecorum Reliquiae (Leipzig 1885) 73-77. - J. F. Kindstrand,
B. of Borysthenes. A collection of the
fragments (Uppsala 1976; met commentaar).H.
von Arnim (PRE 3, 483-485). - Antieke biografie van
Diogenes Laërtius 4, 46-58. - R. Dudley, A History of
Cynicism (London 1937) 62-69.