Mythografen (μυθογράφοι, reeds in de oudheid gebruikte benaming voor auteurs die mythen en sagen verzamelden, meestal ook systematiseerden en soms van kritische beschouwingen voorzagen. Als de oudste bekende mythograaf kan Hesiodus gelden. Ook de meeste logografen, zoals Acusilaüs van Argos, Hellanicus van Mytilene, Hecataeus van Milete en Pherecydes van Athene, die mythen en sagen in hun geschiedverhalen verwerkten, kunnen tot de m. worden gerekend. De eerste systematische compendia van de gehele griekse mythologie of van delen daarvan werden, voor zover we kunnen nagaan, in de 4e eeuw vC vervaardigd: Palaephatus, Dicaearchus en Philochorus.
Alexandrijnse geleerden als Callimachus, Hegesianax en Ister beoefenden het genre op een wetenschappelijker basis.
De bewaard gebleven mythografische handboeken
zijn alle derderangs bewerkingen van oudere
tractaten en dateren pas uit de romeinse keizertijd. De
bekendste zijn de aan Apollodorus van
Athene toegeschreven, in het grieks gestelde, Bibliotheca,
het latijnse handboekje van
Hyginus,
de griekse verzameling gedaanteveranderingen van
Antoninus Liberalis en drie boeken Mitologiae
van een zekere Fulgentius uit de 5e eeuw nC. Gelukkig
zijn de griekse en romeinse mythen en sagen
ons ook uit andere bronnen bekend, met name uit
de poëzie en uit de beeldende kunst.
Lit. Uitgaven: R. Wagner e.a., Mythographi Graeci 1-3
(Leipzig 1894-1902; 12 1926). Zie
Hyginus,
Apollodorus. - C.
Wendel (PRE 16, 1352-1374).
[Nuchelmans]