De op papyrus geschreven teksten die in Egypte gevonden worden, zijn voornamelijk in het egyptisch, het koptisch en het grieks gesteld, doch vele andere talen zijn eveneens vertegenwoordigd: hebreeuws, aramees, middelperzisch, syrisch, latijn en arabisch. Ze worden genoemd naar hun eerste eigenaar, naar de stad waar zij bewaard worden of naar hun vindplaats. De in het hiëratisch en demotisch geschreven egyptische teksten zijn, behalve religieus (Dodenboek), overwegend literair, in de ruimste zin van het woord; d.w.z. sommige handelen ook over wetenschappen, bv. geneeskunde en wiskunde. Deze p. worden besproken in de handboeken over egyptische letterkunde. Onder de zeldzame niet-literaire hiëratische teksten dient bv. de Wilbour Papyrus vermeld te worden; deze basisoorkonde voor het opmaken van het kadaster en het vastleggen van de grondbelasting in Midden-Egypte onder Ramses V is van buitengewoon belang voor de economische geschiedenis.
Onder de griekse p. vormen de literaire teksten de minderheid; onder de latijnse zijn ze nog veel geringer in getal. Behalve het inzicht dat ze ons geven in de verspreiding en de stand van de klassieke cultuur in Egypte, dragen ze bij tot de tekstkritiek van ons reeds bekende auteurs en brengen ze tot dusver onbekende teksten aan het licht.
De grote massa niet-literaire p. die vanaf 1887 ontdekt
zijn, heeft daarentegen het ontstaan gegeven
aan een nieuwe historische, wetenschap, de papyrologie,
die wij kunnen definiëren als een speciale
discipline van de hellenistische beschavingsgeschiedenis
steunend op de studie van de 'archiefstukken'.
Hierbij hoort, na editie en vertaling door specialisten,
de historische analyse van de demotische en
koptische oorkonden, die aan de griekse complementair
zijn. Ook de griekse en koptische ostraca
vormen een welkome aanvulling. Al deze oorkonden
bieden ons een buitengewoon rijk en volledig
beeld van het bestuur, de economie, het sociale en
alledaagse leven in ptolemaeïsch, romeins en byzantijns
Egypte. Zeer vele van deze documenten werden
in het Faijum
opgegraven, maar daarnaast
werden belangrijke ontdekkingen gedaan te
Philadelphia,
Oxyrhynchus,
Antinoupolis,
Hermupolis,
Aphroditopolis,
Thebe,
Pathyris en
Elephantine.
Lit. B. Spuler ed., Handbuch der Orientalistik 1. Ägyptologie
2. Literatur (Leiden 1952) Register 237v; aan te vullen met
J. M. A. Janssen, Annual Egyptological Bibliography. Indexes
1947-1956 (Leiden 1960) 462v. A. H. Gardiner, The
Wilbour Papyrus 1-3 (Oxford 1941-1948); 4 (Index, door R.
O. Faulkner, Oxford 1952). R. A. Pack, The Greek and Latin
Literary Texts from Graeco-Roman Egypt (Arm Arbor 1952,
²1965). - K. Preisendanz, Papyrusfunde und Papyrusforschung
(Leipzig 1933). W. Peremans/J. Vergote, Papyrologisch Handboek
(Leuven 1942). O. Monteveechi, La papirologia (Turijn
z.d., 1973). F. B. Turner, Greek Papyri. An introduction
(Oxford 1968).
[Vergote]