Waar moet je op letten als je via de dynamische analyse gaat lezen?
- De woordvolgorde heeft betekenis. Woorden sluiten nauw bij elkaar aan om een groter geheel te vormen. De schrijver kiest er bewust voor om zijn informatie in een bepaalde (tijds)volgorde te geven! Dus niet zomaar een onderwerp pakken en een pv grijpen en dan aan het 'knutselen' slaan. Volg de originele woordvolgorde op de voet!
- Denk actief mee met de schrijver: wat verwacht je dat er gebeurt op grond van de informatie die je al hebt. Deze informatie kan komen uit de inleiding
op de tekst, uit al vertaalde zinnen, uit kennis van de antieke cultuur, uit aantekeningen bij de tekst. En toets deze verwachting dan kritisch aan het Latijn!
En wat verwacht je dat er gebeurt op grond van je algemene huis-, tuin- en keukenkennis van de wereld? Als voorbeeld het Nederlandse woord 'beken'. De context maakt duidelijk wat de betekenis is in het Nederlands: Beken met kikkers ... of Beken, vuile dief, ....
- Houd er rekening mee dat bepaalde woorden dwingend (kunnen) zijn: elk voorzetsel heeft een zelfstandig naamwoord in een vaste naamval bij zich, op een werkwoord kan een A.c.I. volgen, een betrekkelijk voornaamwoord hoort bij een antecedent. Je grammaticale kennis moet dus in orde zijn!
Bij de dynamische analyse vraag je je bij elk nieuw woord af wat het verband ervan is met de voorgaande woorden, wat de (grammaticale) functie is, wat de betekenis is.
Vaak is er één mogelijkheid die een stuk waarschijnlijker is dan alle andere. Dan neem je die mogelijkheid en kijkt of in het vervolg van de zin die betekenis nog steeds zinvol is. Dit is meestal het geval.
Loop je vast dan probeer je een andere betekenis. En je probeert ook te achterhalen waarom je een verkeerde keus hebt gemaakt. Misschien heb je een naamval
of uitgang verkeerd geïnterpreteerd of heb je het woord verkeerd vertaald.
Dit nadenken over je fouten is erg belangrijk. Alleen zo kun je vooruitgang boeken!
De dynamische analyse is niet de enige manier om teksten te vertalen. Je kunt ook eerst de zin lezen en dan gaan construeren: onderwerp pakken, persoonsvorm pakken, lijdend voorwerp pakken, enzovoorts.