Anaxagoras

Anaxagoras (Ἀναξαγόρας) van Clazomenae, griekse wijsgeer, astronoom en mathematicus. Geboren ca 500 vC, vestigde hij zich ca. 480 in Athene, waar hij 30 jaar woonde, de leermeester en vriend van Pericles was en ook invloed op Euripides en Socrates uitgeoefend zou hebben. Hij bracht het wijsgerig er wetenschappelijk onderzoek van Ionië naar Athene.

Toen Pericles' vijanden hem van asebeia (goddeloosheid) beschuldig. den - hij huldigde de opvatting dat de zon eer gloeiende steen was van iets grotere omvang dan ck Peloponnesus, waardoor hij in strijd kwam met de overgeleverde mythen - zag hij zich genoodzaakt Athene te verlaten en begaf zich naar Lampsacus in Mysië, waar hij in 428 stierf. A. is de auteur van een geschrift Περὶ φύσεως (De natuur); uit het eerste boek daarvan zijn ons bij Simplicius 16 fragmenten bewaard gebleven. Voor het overige zijn we voor berichten over zijn leer aangewezen op Plato, Aristoteles, Plutarchus, Diogenes Laërtius en Simplicius.


A. staat op zuiver rationalistisch standpunt. Evenals Empedocles en andere Eleaten neemt hij de onvergankelijkheid van het zijnde aan; alle verandering beschouwt hij als verbinding (σύγκρισις) en ontbinding (διάκρισις) van een onbeperkte hoeveelheid kwalitatief bepaalde, onderling verschillende grondstoffen, die door A. de σπέρματα (zaden) der dingen worden genoemd, door Aristoteles en latere wijsgeren ὁμοιομερῆ of ὁμοιομέρειαι, stoffen die in het oneindige deelbaar zijn in delen met dezelfde eigenschappen als het geheel. Een deel van elke grondstof is aanwezig in elk ding; dit ontleent zijn naam aan het element dat overheerst. Het ontstaan van de wereld stelt A. voor als een steeds verder voortschrijdend differentiatieproces binnen de oorspronkelijke chaos. Dit proces is in zoverre niet zuiver mechanisch van aard, dat een albestierende geest (Νοῦς) de beweging in gang heeft gezet en alle veranderingen volgens mechanische wetten doet verlopen.

Hiermee wordt voor het eerst in de natuurfilosofie een zeker dualisme ingevoerd, maar A. beschrijft de Νοῦς in fysische termen: hij is het fijnste (τὸ λεπτότατον) van alles en volkomen homogeen, met geen ander element samengesteld. Als astronoom kreeg A. bekendheid omdat hij vaststelde dat de maan geen eigen licht geeft en op grond daarvarf een verklaring van zons- en maanverduisteringen gaf.


Lit. Fragmenten bij H. Diels/W. Kranz, Die Fragmente der Vorsokratiker 2 (Berlin 1936) 1-44, en bij O. Jöhrens, Die Fragmente Anaxagoras (Bochum 1939). Uitgaven der fragmenten: D. Lauw, Anassagora, Testimomanze e frammenti (Florence 1966; met italiaanse vertaling). Met commentaar: D. Sider, The Fragments of A. (Meisenheim 1981).- GGL 1, 2 (München 1934) 708-719. C. de Vogel, Greek Philosophy 1 (Leiden 1957) 64-70. - D. Ciurnelli, La filosofia di Anassagora (Padova 1947). J. Zafiropulo, Anaxagore de Clazomène (Paris 1948). F. M, Cleve, The Philosophy of Anaxagoras (New York 1949). G. Vlastos, The Physical Theory of Anaxagoras (Philosophical Review 59, 1950, 31-37). D. Lanza, Le omeomerie nella tradizione dossografica anassogarea (La parola del passato 91, 1963, 256-293). W.K. Guthrie, A History of Greek Philosophy 2 (Cambridge 1965, 266-338). D.E. Gershenson/D.A. Greenberg ,A. and the Birth of Physics (New York/London 1964). M. Schofield, An Essay on A. (Cambridge 1980). [Nuchelmans]


Lijst van Namen