Populares

Populares, 'volksmannen', noemde men in Rome de politici die hun plannen tegen de senaat in met behulp van de comitia trachtten te verwezenlijken. Het woord duidt dus op een politieke handelwijze, niet op een partij. Ook de vertaling 'democraten' is onjuist. De term kwam op in de 2e eeuw vC, toen pas tot welstand gekomen middenstanders in hun strijd tegen de senatoriale oligarchie steun zochten bij de armen, voor wier belangen zij voorgaven op te komen. Zo hoopten zij tot macht te geraken. Het doorvoeren van politieke, sociale of economische veranderingen zat daarbij niet voor, hoogstens het opheffen van wantoestanden.

Deze politiek werd vooral gedragen door volkstribunen, en het zijn die van 145 en 137 vC, die het eerst als p. werden bestempeld. Grote p. bij uitstek waren Tiberius en Gaius Gracchus, Tiberius Appuleius Saturninus en Publius Sulpicius Rufus (resp. 133, 123, 103 en 88 vC). In de 1e eeuw vC worden mannen als Marius en Caesar tot de p. gerekend; Cicero poseert graag als zodanig, maar blijft de senaat trouw; Pompeius en Crassus bedienden zich graag van p. In de strijd tegen de optimates behoorden volksoplopen, gewelddadigheden en andere ongeregeldheden tot de populaire middelen. De politiek der p. leidde tenslotte tot de ondergang van de politieke en sociale orde van de republiek. Met de alleenheerschappij van Caesar verloor de tegenstelling tussen p. en optimates haar kracht.


Lit. C. Meier (PRE Suppl. 10, 1965, 549-615). H. Strasburger (PRE 18, 773-798, s.v. Optimates). - J. Martin, Die Popularen in der Geschichte der späten Republik (Diss. Freiburg i. Br. 1965). [A. J. Janssen]


Register