Magna Graecia, reeds in de oudheid gebruikte verzamelnaam
voor de griekse kolonies langs de zuidkust
van Italië, waarvan Cumae
in Campanië
de oudste, Heraclea
in Lucanië de jongste was;
Kolonisatie. In M.G. ontwikkelde zich o.a.
door de graanexport spoedig een levendige handel
met het moederland en daarmee een grote welvaart;
de grootste bloei, ook op cultureel gebied
(Pythagoras,
Eleaten)
werd bereikt in het begin van
de 5e eeuw vC. De meeste steden van M.G. maakten
deel uit van een italiotische bond, maar dit verhinderde
niet dat ernstige onderlinge conflicten aan
de orde van de dag waren: Croton,
Locri,
Rhegium,
Sybaris. In het begin
van de 4e eeuw vC behoorde
een groot deel van het gebied tot het rijk
van de syracusaanse tiran
Dionysius I (405-367).
Na hem wisten de Lucaniërs
met succes te infiltreren.
In de 3e eeuw vC kwamen de steden van
M.G. successievelijk onder romeinse controle, het
laatst Tarente in 272.
Lit. T. J. Dunbabin, The Western Greeks. The history of
Sicily and South Italy from the foundation of the Greek
colonies to 480 B.C. (Oxford 1948). A. G. Woodhead, The
Greeks in the West (London 1962; nederlandse vertaling
Kunst en beschaving der West-Grieken, Zeist 1964). G. Zuntz,
Persephone. Three Essays on Religion and Thought in M.G.
(Oxford 1971).
[Wes]