Diadochen

Diadochen (Διάδοχοι, letterlijk 'opvolgers') werden reeds in de oudheid de generaals van Alexander de Grote genoemd, die na diens dood in 323 vC een verwarde strijd van meer dan twintig jaar hebben gevoerd om de heerschappij over het uitgestrekte, door Alexander veroverde en nagelaten rijk, en vervolgens de grondslag hebben gelegd voor de grote hellenistische of diadochen-rijken.

Na de dood van Alexander besloot de macedonische legervergadering dat de koning opgevolgd zou worden door Alexanders zwakzinnige halfbroer Arrhidaeus, die de naam Philippus III zou dragen, samen met het door Roxane verwachte kind, indien dat een jongen zou zijn, hetgeen het geval bleek. Voor het regentschap werd geen duidelijke regeling getroffen: Perdiccas ontving als grootvizier het oppertoezicht over het aziatische rijksgedeelte, Antipater behield het beheer over Macedonië en de europese gebieden, Craterus ontving het oppercommando over het rijksleger in Azië. De satrapieën werden opnieuw verdeeld: aan Ptolemaeus viel Egypte toe, aan Eumenes Paphlagonië en Cappadocië, aan Antigonus Monophthalmus Phrygië, Lycië en Pamphylië, aan Lysimachus Thracië.

De beide volgende decennia werden beheerst door een verbitterde strijd tussen twee opvattingen: Perdiccas, Eumenes en Antigonus streefden naar het behoud c.q. herstel van de rijkseenheid, tegenover de 'separatisten' Ptolemaeus en Lysimachus, die afzonderlijke staten in het leven wilden roepen. De voornaamste caesuren in de strijcl vormden de jaren 321 (dood van Perdiccas en Craterus; verdelingsconferentie van Triparadisus), 317/316 (dood van Philippus Arrhidaeus en Eumenes), 311 (vrede tussen enerzijds Antigonus en anderzijds Ptolemaeus, Lysimachus en Cassander, zoon van de in 319 overleden Antipater), 306 (Antigonus, diens zoon Demetrius Poliorcetes, Ptolemaeus, Lysimachus en Antipaters zoon Cassander nemen de koningstitel aan) en 301 (slag bij Ipsus: Lysimachus en Seleucus, sinds 321 satraap van Babylonië, verslaan Antigonus, die sneuvelt, en Demetrius). Intussen waren Alexanders zoon (Alexander IV) en diens moeder Roxane in 310/309 door Cassander om het leven gebracht.

Na de slag bij Ipsus kon Lysimachus Klein-Azië bij zijn europees, Seleucus Syrië bij zijn babylonisch gebied voegen, Ptolemaeus behield Egypte, Cassander Macedonië en een deel van Griekenland. Uit deze gebieden ontstonden de z.g. diadochen-rijken Syrië, Egypte en Macedonië; in 281 werd Lysimachus uitgeschakeld, zijn aziatische rijksdelen vielen aan Seleucus toe.

Voor details zij naar de afzonderlijke trefwoorden over de hiervoor genoemde personen verwezen.


Lit. J. Droysen, Geschichte des Hellenismus (Gotha 1877v). B. Niese, Geschichte der griechischen und makedonischen Staaten seit der Schlacht bei Chaeronea 1-3 (Gotha 1893-1903). K. J. Beloch, Griechische Geschichte 4 (Berlin 1925-1927). J. Kaerst, Geschichte des Hellenismus 1³, 2² (Leipzig 1926v). W. Tarn, The Heritage of Alexander (CAH 6, Cambridge 1927, Chap. 15). G. Glotz/P. Roussel/R. Cohen, Histoire grecque 4, 1. Alexandre et le démembrement de son empire (Paris 1938, ²1945). [Nuchelmans]


Lijst van Namen