Achilles

Achilles (Ἀχιλλεύς of Ἀχιλεύς), legendarische thessalische held, vorst van de Myrmidoniërs, vooral bekend geworden als hoofdpersoon van Homerus' Ilias, het gedicht over de wrok van A. Latere auteurs (epische cyclus, tragici, Statius, Quintus van Smyrna e.a.) en de beeldende kunstenaars hebben aan het daar getekende beeld, uit eigen fantasie of steunend op oude locale overleveringen, slechts details toegevoegd. A. was een kleinzoon van Aeacus (Αἰακίδης) en de zoon van Peleus (Πηληϊάδης, Πηλείδης, Πηλείων) en Nereus' dochter Thetis. Zijn moeder zalfde hem na de geboorte, om hem onsterfelijkheid te verlenen, met ambrozijn, en dompelde hem om hem onkwetsbaar te maken, in het water van de Styx; daarbij bleef de hiel, waaraan Thetis hem vasthield, droog en kwetsbaar (A.-hiel). Het noodlot liet A. de keuze tussen een lang maar roemloos, en een kort maar roemvol leven; A. koos het laatste. Bij het uitbreken van de trojaanse oorlog verborg zijn moeder hem in meisjeskleding tussen de dochters van koning Lycomedes op het eiland Scyrus, waar Deïdamia hem een zoon schonk, die Pyrrhus, later Neoptolemus, werd genoemd. De sluwe Odysseus ontdekte A. door een list.

achilles en penthesilea
Achilles doodt Penthesilea
De Ilias verhaalt, dat A., vergezeld van zijn vriend Patroclus en de oude Phoenix, de Myrmidoniërs op 50 schepen naar Troje voerde. In de strijd om die stad onderscheidde hij zich boven alle Grieken door zijn snelheid en dapperheid, totdat in het tiende jaar de opperbevelhebber Agamemnon hem wederrechtelijk de uit de krijgsbuit verkregen knappe Briseïs ontnam. Wrokkend onthield de held zich van alle deelneming aan de strijd en op voorspraak van Thetis verleende Zeus de Trojanen vele overwinningen.

In de hoogste nood zond Agamemnon een gezantschap (Odysseus, Aiax en Phoenix) naar A. om het geschil bij te leggen, maar A. bleef onverzoenlijk. Wel liet hij Patroclus in zijn wapenrusting ten strijde trekken om het Trojaanse offensief te keren. Eerst toen Patroclus door Hector gedood was, liet A., buiten zichzelf van smart, zijn wrok tegen Agamemnon varen en stortte zich, in een nieuwe, door Hephaestus op Thetis' verzoek gesmede wapenrusting, in de strijd om zijn vriend te wreken. Na een gruwelijk bloedbad onder de Trojanen aangericht te hebben velde hij Hector in een tweegevecht, bond diens lijk achter aan zijn strijdwagen, sleurde het zegevierend rond de belegerde stad en organiseerde lijkspelen voor zijn gesneuvelde vriend. Toch gaf hij, door medelijden gedreven, aan Hectors vader, de oude koning Priamus, op diens verzoek tijdens een nachtelijk bezoek het lijk terug. Tot zover de Ilias. Uit andere bronnen vernemen we, dat A. daarna nog streed tegen Memnon, de koning der Ethiopiërs, en tegen de Amazonen onder leiding van Penthesilea. Kort daarop, nog voor de val van Troje, werd hij door Paris met behulp van Apollo gedood door een schot in de enige kwetsbare plek van zijn lichaam. De strijd om zijn wapenrusting leidde tot de zelfmoord van Aiax.

A. was de griekse nationale held bij uitstek, het lichtend voorbeeld voor de jeugd. Zijn graf, dat zich volgens de overlevering bij kaap Sigeum bevond aan de Trojaanse kust, genoot grote verering en werd o.a. door Alexander de Grote, Iulius Caesar, Germanicus en Caracalla bezocht. Zowel op het griekse vasteland als ver daarbuiten werd A. op vele plaatsen als heros of god vereerd. De gehele Oudheid door en ook in de Middeleeuwen en in de nieuwere tijd hebben talloze kunstenaars zich door treffende episodes uit het leven van A. laten inspireren. Ontelbare schilderingen op vaatwerk (bv. verschillende scènes op de enorme François-krater, ca. 570 vC, in het Museo Archeologico te Florence; 'Achilles en Aiax dobbelend' op een amphora van Execias, ca. 540 vC, in het Vaticaans museum; 'Achilles en Priamus' op een scyphus van de Brygus-schilder, ca. 490 vC, in het Kunsthistorisches Museum te Wenen; 'Achilles doodt Penthesilea' op de binnenzijde van een attische schaal, ca. 460vC, in het Museum Antiker Kleinkunst te München), vele fresco's (bv.'Achilles neemt afscheid van Briseïs' en andere in het Museo Nazionale te Napels) en reliëfs op sarcofagen zijn bewaard gebleven. Een voortdurende bevruchting van de beeldende kunsten door de literatuur (Arctinus, Aeschylus, Statius e.a.) en omgekeerd kan vastgesteld worden. Uit de duitse letterkunde zijn bekend de onvoltooide 'Achilleis' van Goethe en de tragedie 'Penthesilea' van Heinrich von Kleist (1808). P. C. Hooft schreef in zijn jeugd een drama 'Achilles en Polyxena'. Het treurspel 'Achilles' van Balthasar Huydecoper (1719) is het meesterwerk van de frans-klassieke tragedie in de nederlandse taal. In Frankrijk leverde de heldenfiguur van A. stof voor verschillende opera's.

Lit. P. Bocci (EAA 1, 25-33). H. vom Geisau (Der kleine Pauly 1, 46-50). - A. de Vita, Il mito di Achille (Torino 1932). A. Rivier, La vie d'Achille illustrée par les vases grecs (Lausanne 1936). H. Pestalozzi, Die Achilleis als Quelle der Ilias (Erlenbach-Zürich 1945). G. Méautis, Mythes inconnus de la Grèce antique (Paris 1949) 93-248. R. Bianchi Bandinelli, Hellenistic-Byzantine Miniatures of the Iliad (Olten 1955) passim. J. H. Jongkees/W. J. Verdenius, Platenatlas bij Homerus (Haarlem 1955) passim. [Nuchelmans]


mythen