Vertalingen

(A) Profane vertalingen in het grieks. Hoewel de behoefte aan vertalingen bij de Grieken al vroeg ontstaan moet zijn Klein-Azië, Perzië en o.m. m hun contacten met en Egypte), is over griekse vertalingen uit andere talen vóór de hellenistische periode weinig bekend; een van de oudste bewaard gebleven specimina is de uit de 4e eeuw vC daterende griekse versie van de Περίπλους van Hanno de zeevaarder. Het aantal vertalingen nam toe met de verspreiding van de griekse Κοινή over het gehele Nabije Oosten. Vooral in Egypte zijn in het grieks vertaalde documenten van allerlei aard te voorschijn gekomen; in Egypte kwam ook tussen 250 en 100 vC een belangrijke griekse vertaling van het OT (Septuagint) tot stand. Van diverse romeinse senaatsbesluiten e.d. en van enkele officiële teksten als het Monumentum Ancyranum kennen we de griekse versie.

Griekse vertalingen van latijnse historische en literaire geschriften bleven ook in de romeinse keizertijd uttzonderingen. Vermeld wordt dat o.a. Cicero's redevoeringen tegen Verres en Sallustius' Historiae in het grieks vertaald zijn, maar er is niets van bewaard. De papyrusfragmenten van griekse versies van Vergilius' Aeneis zijn slechts voor schoolgebruik bestemd geweest. In haar geheel bewaard gebleven is Paeanius' griekse vertaling van Eutropius' Breviarium. In de rede van Constantijn de Grote tot de vergadering van de heiligen zijn een aantal verzen uit Vergilius' vierde ecloge in griekse vertaling overgeleverd. De kwaliteit van een en ander is zeer uiteenlopend.

(B) Profane latijnse vertalingen uit het grieks. De Romeinen wofden dikwijls als de uitvinders van de vertaalkunst aangemerkt. Naast vertalingen voor praktische en administratieve doeleinden werden sinds de 3e eeuw vC talloze griekse literaire en semiliteraire werken in het latijn vertaald. De hier volgende opsomming geeft een indruk van de omvang en de gevarieerdhetd; voor meer details zij verwezen naar de artikelen over de genoemde vertalers.

In de 3e en 2e eeuw vC vertaalde Livius Andronicus Homerus' Odyssee en griekse tragedies en komedies, Naevius, Accius, Pacuvius en Ennius bewerkten griekse tragedies, Plautus en Terentius griekse komedies. Alleen van deze beide laatsten zijn volledige stukken bewaard gebleven. In de 1e eeuw vC vertaalde de bekende redenaar Cicero zowel griekse poëzie (o.a. Aratus'Phaenomena, van welks latijnse vertaling een duizendtal versregels over zijn) als prozawerken (o.a. grote bewaard gebleven delen van Plato's Timaeus en Xenophons Oeconomicus (verloren gegaan)). Cicero's vertaalmethode, die - meer dan de vorm - vooral de inhoud van het origineel zo getrouw mogelijk poogt weer te geven, is richtinggevend geworden voor de meeste profane vertalingen in het latijn; overigens geldt voor de latijnse vertalin en wat in het algemeen voor alle vertalingen uit de oudheid - algemeen van een groot aantal christelijke vertalingen - geldt, nl. dat de grenzen tussen vertaling, parafrase en bewerking zeer vaag waren. Van herdichting kan men beter spreken bij Catullus' vertaling (c. 51) van een ode van Sappho; voor Vergilius' eclogae was Theocritus meer inspiratiebron dan origineel.

Uit de 1e eeuw nC bezitten we Germanicus' vertaling van Aratus' Phaenomena. Overigens kwam het accent in de keizertijd blijkbaar op vertalingen van wetenschappelijke en semi-wetenschappelijke geschriften te liggen. Op naam van Apuleius (2e eeuw) staat ten onrechte een vertaling van het mystieke geschrift Ἀσκληπιός. De 4e-eeuwse vertalingen van Marius Victorinus (dialogen van Plato en enkele tractaten van Aristoteles) zijn zo goed als geheel verloren gegaan. Bewaard gebleven zijn uit deze eeuw de met eigen toevoegingen uitgebreide vertalingen van Aratus' Phaenomena en Dionysius Periegetes' Periegesis van de hand van Avienus. De bekroning van de antieke latijnse vertaalactiviteiten vormde Boethius (ca. 480- 24), wiens vertalingen van het Organon van Aristoteles, van Porphyrius' Εἰσαγωγή en van Nicomachus' Ἀριθμητικὴ εἰσαγωγή we vrijwel volledig bezitten.


Lit. H. Richter, Übersetzer und Übersetzungen in der römischen Literatur (Diss. Erlangen 1938). V. Reichmann, Römische Literatur in griechischer Übersetzung (Philologus Suppl. 34, Leipzig 1943). [Nuchelmans]


(G) Grieks-latijnse en latijns-griekse oudchristelijke vertalingen.

1. Grieks-latijn. Tot de alleroudste vertalingen behoren de weergaven van bijbelpericopen voor liturgisch gebruik (2e eeuw), toen het grieks nog de officiële liturgische taal in het Westen was, maar de lezin en in tweetalige of latijnse gemeenten ook vertaald werden. Geleidelijk ontstond een volledige bijbelvertaling (Vetus Latina; Vulgata). De anonieme vertalers, die literair ongeschoold waren, gaven de sacrale tekst bewust zeer letterlijk weer, waardoor ze afweken van de voor literaire teksten geldende eis van weer ave volgens de betekenis. Zeer vroeg (2e/3e eeuw werden ook reeds andere teksten vertaald zoals de eerste Clemens-brief, de Pastor Hermae, martelaarsakten en apocrypha.

Toen in de loop van de 4e eeuw de kennis van het grieks in het Westen begon te tanen, was men hoe langer hoe meer, als men de oosterse theologie en spiritualiteit wilde leren kennen, op vertalingen aangewezen.

Het werk van Rufinus en Hieronymus voorzag dan ook in een behoefte. Afgezien van de bijbeltekst vertaalde Hieronymus o.a. een aantal bijbelcommentaren en homilieën van Origenes, de Wereldkroniek en het Onomasticon van Eusebius, enkele Pachomiaanse geschriften, het tractaat over de H. Geest van Didymus de Blinde en enkele zendbrieven van Theoplulus van Alexandrië. Van Rufinus' vertaalactiviteit zij hier vermeld: homilieën en commentaren van Origenes, Pamphilus' Verweerschrift voor Origenes, de Kerkgeschiedenis van Eusebius van Caesarea, de monnikenregels en enkele homilieën van Basilius en de Sententiae ad patres et virgines van Euagrius Ponticus. Beide vertalers huldigden het principe sensum de sensu.

Enkele decennia eerder (ca. 370) is de vertaling van Athanasius' Vita Antonii door Euagrius van Antiochië te dateren. De 9 homilieën van Basilius over het Hexaëmeron werden ca. 400 door een zekere Eusthatius uit Noord-Afrika in het latijn vertaald. Van het omvangrijk oeuvre van Johannes Chrysostomus werden een aantal preken door Anianus van Celeda in het Westen toegankelijk gemaakt: 7 homilieën De laudibus Pauli (415-419) en 25 homilieën over het Mt-Evangelie (419-421), terwijl een eeuw later Mutianus, die deel uitmaakte van Cassiodorus' school van Vivarium, van dezelfde auteur 34 preken over de Hebr-brief van een latijnse versie voorzag. Tot dezelfde school behoorden Epiphanius, van wiens hand de Historia Tripartita is (een vertaling van de vervolgen op Eusebius' Kerkgeschiedenis), en Mercator.

2. Latijn-grieks. Deze weg werd veel minder vaak begaan. Van de 3e tot de 5e eeuw werd met name een aantal werken van Tertullianus, Cyprianus, Novatianus, Ambrosius, Rufinus, Hieronymus en Cassianus in het grieks vertaald. Verder vertaalde men juridische teksten (o.a. concilie-akten) en enkele succesvolle hagiografische geschriften, zoals de monnikenlevens van Hieronymus (Vita Pauli, Vita Malchi, Vita Hilarionis), die in het Oosten spelen, de Vita Martini van Sulpicius Severus en de Dialogen van Gregorius Magnus. De juridische teksten werden veelal door officiële notarii of tachygrafen vertaald, met veel aandacht voor een letterlijke weergave.


Lit. G. Hoberg, De sancti Hieronymi ratione interpretandi (Münster 1886). Ph. Tielmann, Die lateinische Übersetzung des Buches der Weisheit (Archiv für lateinische Lexicographie 8 1893, 235-277. Id., Die lateinische Übersetzung des Buches Sir (ib. 8, 1893, 501-561). E. Wölfflin, Die lateinische Übersetzung des Briefes des Clemens an die Korinther (ib. 9, 1896, 81-100). A. Condamin, L'influence de la tradition juive dans la version de saint Jérôme (RScR 5, 1914, 1-21). A. Wilmart, Le recueil latin des Apophthegmes (RBén 34, 1922, 185-198). G. Bardy, Recherches sur l'histoire du texte et des versions latines du De principiis d'Origène (Mémoires et travaux de la Faculté catholique de Lille 25, Lille 1923). F. Blatt, Remarques sur l'histoire des traductions latines (Classica et Mediaevalia 1, 1938, 217-242). H. Dörrie, Passio Sanctorum Macchabaeorum. Die antike lateinische Übersetzung des IV. Makkabäerbuches (Göttin en 1938). B. Altaner, Eustathius, der lateinische Übersetzer des exaemeronhomilien Basilius des Grossen (ZNW 39, 1940, 161-170). Id., Altlateinische Übersetzungen von Schriften des Athanasios von Alexandreia (ByzZ 11, 1941, 45-59). G. Bardy, La question des langues dans l'Église ancienne 1 (Paris 1948). P. Courcelle, Les lettres grecques en Occident² (ib. 1948). E. Dekkers, Les traductions ecques des écrits patristiques latins (Sacris Erudiri 5, 1953, 193-233). B. Studer, A propos des traductions d'Origène par Jérôme et Rufin Vetera Christianorum 5, 1968, 137-155). F.Winkelmann, Einige Bemerkungen zu den Aussagen des Rufinus vom Aquileia und des Hieronymus über ihre Übersetzungstheorie und -methode (in Kyriakon, Festschrift J. Quasten 2, Münster 1970, 532-547). G. Bartelink, Hieronymus, vertaler van oudchristelijke Griekse geschriften (in Ars et ingenium, Festgabe für Frans Stoks zum 60. Geburtstag, Amsterdam/Maarssen 1983, 87-98). [Bartelink]


Register